Je hormonen tijdens de cyclus

Ken je dat? De ene week vlieg je overal doorheen, voel je je goed in je vel en heb je zin in van alles. En een paar dagen later ben je moe, kort van stof en wil je alleen maar met een dekentje op de bank. Zelfde jij, zelfde leven, maar totaal ander gevoel.

Dat zit niet tussen je oren. Dat zijn je hormonen.

Ze bewegen namelijk de hele maand op en neer, in een vast patroon. En als je dat patroon een keer echt snapt, ga je ineens een heleboel van jezelf beter begrijpen. Hieronder zie je hoe je vier belangrijkste hormonen door je cyclus bewegen. De hoogtes zijn ter illustratie, het gaat om het patroon.

Grafiek van oestrogeen, progesteron, LH en FSH over de vier fasen van de cyclus

De vier hoofdrolspelers

Er zijn er meer, maar deze vier bepalen het grootste deel van wat je voelt.

FSH

Aan het begin van je cyclus geeft je hersenen een seintje af met FSH, het follikelstimulerend hormoon. Dat zet een paar eiblaasjes in je eierstok aan het groeien. Eentje wordt de winnaar en gaat zich klaarmaken voor de eisprong.

Oestrogeen

Dat groeiende eiblaasje maakt oestrogeen. En dat is het hormoon van de opbouw. Het bouwt je baarmoederslijmvlies weer op na je menstruatie, en het geeft je energie, een helderder hoofd, vaak een mooiere huid en meer zin in mensen. Hoe verder in de eerste helft, hoe hoger het stijgt.

LH

Als je oestrogeen zijn top bereikt, geeft dat je hersenen het teken: nu. Er komt een korte, felle piek van LH, het luteiniserend hormoon. Die piek zorgt binnen ongeveer een dag voor je eisprong. Het eitje komt vrij.

Progesteron

Na de eisprong verandert het lege eiblaasje in iets wat progesteron gaat maken. Dat is de baas in de tweede helft. Progesteron houdt je slijmvlies op peil voor een eventuele zwangerschap, verhoogt je lichaamstemperatuur een beetje, maakt je vaak wat rustiger en geeft je meer trek. Komt er geen zwangerschap, dan valt progesteron weer weg. En dan begint het opnieuw.

Wat er per fase gebeurt, en wat je ervan merkt

Menstruatie, dag 1 tot 5

Al je hormonen staan laag. Je slijmvlies laat los, dat is je menstruatie. Omdat er weinig oestrogeen en progesteron is, voel je je vaak leeg en moe. Logisch. Er is even niet zoveel om op te draaien.

Folliculaire fase, dag 6 tot 13

Je oestrogeen begint te stijgen en neemt je in een moeite mee omhoog. Meer energie, meer focus, meer zin in het leven. Dit is vaak de fase waarin je het meeste aankunt en je het lekkerst in je vel zit. Niet omdat je beter je best doet, maar omdat je hormonen meewerken.

Ovulatie, dag 14 tot 16

Je oestrogeen piekt, de LH-piek zet de eisprong in gang en er komt een vleugje testosteron bij. Je voelt je sociaal, zelfverzekerd en sterk. Dit is je hormonale hoogtepunt. Ook het moment dat je het meest vruchtbaar bent, dus je lichaam zet even alles op scherp.

Luteale fase, dag 17 tot 28

Nu neemt progesteron het over. In het begin voelt dat vaak nog rustig en stabiel. Maar richting het einde, als zowel je oestrogeen als je progesteron weer dalen, kan het omslaan. Minder energie, meer trek, gevoeliger, en bij veel vrouwen komt hier PMS om de hoek kijken. Dat is precies die daling die je voelt.

Waarom dit fijn is om te weten

Omdat je jezelf er anders door gaat zien. Die dip vlak voor je menstruatie is geen karakterfout en geen gebrek aan discipline. Het is een hormoon dat daalt. En die week dat alles je lukt is geen toeval, dat is oestrogeen dat stijgt.

Je hoeft er niks ingewikkelds mee te doen. Alleen al weten in welke fase je zit, maakt het een stuk makkelijker om jezelf niet af te rekenen op een mindere dag.

Let deze maand eens op waar jij zit in dit patroon. Grote kans dat je een hoop herkent.

Benieuwd of het klopt voor jou.

Dit is algemene informatie, geen persoonlijk medisch advies. Elke cyclus is anders, en niet iedereen heeft een cyclus van precies 28 dagen. Het gaat om het patroon, niet om de exacte dag.

Terug naar blog